Word Lid!
Logo_Icim_Leiden
Navigatie

Het geduld

Deel met je vrienden! Facebook Twitter google

Islamitisch Centrum Imam Malik | 6 oktober 2020

De term Sabr betekent in het Arabisch het feit te bedwingen, zichzelf te beheersen. Dit gebeurt op drie niveaus: Zichzelf beheersen in gehoorzaamheid aan Allah, zichzelf bedwingen tegenover Zijn verboden en tot slot getuigen van terughoudendheid bij pijnlijke beproevingen en tegenover de lotgevallen van het leven. Zo moeten we getuigen van sabr (geduld) om te volharden in de gehoorzaamheid, want dit laatste is zwaar en moeilijk voor de ziel (nefs). Ook moeten we onszelf bedwingen ten opzichte van wat Allah ons verboden heeft, want de eigen natuurlijke aard van de mens zet aan tot het kwade aanzet (koran 12/53); lawwama, die zichzelf verwijt en onmiddelijk verbetert (koran75/2) en tot slot mutma’inna, tot rust gekomen (koran 89/27). Ten slotte moeten we getuigen van geduld en berusting als een decreet van Allah ons bedroeft, want onheil is moeilijk om mee om te gaan en te verdragen.


Allah de Verhevene zegt: O jullie die geloven, wees geduldig. Wees standvastig, sluit de rijen en vrees Allah. Hopelijk zullen jullie welslagen. (3/200)

En Wij zullen jullie zeker beproeven met iets van vrees, honger en vermindering van bezittingen en levens en vruchten. Maar verkondig het goede nieuws aan de geduldigen. (2/155)

Voorwaar, het zijn de geduldigen die hun beloning zonder berekening zal gegeven worden. (39/10)

O jullie die geloven! Zoek hulp in het geduld en het gebed. Voorwaar, Allah is met de geduldigen. (2/153) 

En Wij zullen jullie zeker beproeven, om te weten wie van jullie de strijders en de geduldigen zijn. (47/31)


25. Volgens Abu Malik al-Harith ibn ‘Asim al-Ashari (ra) heeft de Profeet vzmh gezegd:

Reinheid is de helft van het geloof, de smeekbede Al-hamdu li-llah (alle lof zij Allah) vult de weegschaal. De smeekbeden Subhan’Allah (geprezen zij Allah) en Al-hamdu li-llah (alle lof zij Allah) vullen de ruimte tussen de Hemelen en de Aarde. Het gebed is een licht, de aalmoes is een bewijs (van oprecht geloof), geduld is helderheid, de koran is een argument vóó4 of tegen jou. Elke mens begint de dag met het verhandelen van zijn ziel: Hij koopt haar vrij of hij leidt haar tot haar ondergang. [Muslim]

 

Commentaar:

  • Er wordt gewezen op de verdiensten van het gedenken van Allah de Verhevene (dhikr). Dergelijke smeekbeden zijn gemakkelijk uit te spreken, maar wegen zwaar op de weegschaal en Allah houdt ervan. Bovendien brengen ze het hart tot rust. Allah zegt: Zij zijn degenen die geloven en wiens harten tot rust komen door het gedenken van Allah. Weet: door het gedenken van Allah komen de harten tot rust. (12/28
  • We worden aangespoord om zoveel mogelijk gebeden te verrichten, want dat is een licht waaruit de gelovige  dagelijks kan putten, het verwijdert hem van de schandelijke daden en leidt hem naar de rechtschapenheid.
  • De aalmoes is een bewijs van de authenticiteit van het geloof. Het feit om deze van harte te geven is een teken van geloof.
  • Als je geduldig bent op moeilijke momenten, zal dit geduld een licht zijn dat je hart verlicht en op zijn weg leidt.
  • De Koran is de eerste bron van de islamitische wetgeving en een gids voor de gelovige. Als deze laatste handelt volgens de voorschriften van de Koran, dan zal dit Boek een argument zijn en een bemiddeling in zijn voordeel. In het andere geval zal dit Boek zijn vijand worden op de Dag des Oordeels.
  • We worden aangespoord om goede daden te verrichten en om onze ziel niet te verkopen aan de duivel.

 

26. Abu Sa’id al-Khudri (ra) levert het volgende over:

Enkele Ansar vroegen materiële hulp aan de Profeet vzmh, die hen enkele bezittingen gaf. Toen deden ze opnieuw een beroep op hem en hij gaf hen totdat al zijn bezittingen op waren. Vervolgens zei hij: “Ik zal nooit weigeren jullie af te staan wat ik bezit. Toch schenkt Allah waardigheid aan de persoon die getuigt van terughoudendheid. Als iemand zonder de anderen kan, dan zal Allah hem overladen met gunsten. Als iemand zichzelf geduld oplegt, dan zal Allah hem dit schenken. er is geen betere en overvloedigere gave dan de gave van het geduld.” [Bukhari en Muslim] 

Commentaar:

  • De Profeet vzmh was vrijgevig en had een nobel karakter.
  • Rijkdom schuilt niet in een overvloed aan bezittingen, maar in de rijkdom van de ziel. We worden aangespoord om tevreden te zijn met wat we hebben. Een nobel karakter krijg je als je jezelf bewapent met geduld.
  • Als iemand de hand niet uitsteekt naar de anderen, dan zal Allah hem tevredenheid schenken. Hij zal hem beschermen tegen de vernedering van het bedelen en Hij zal hem levensvoorzieningen schenken waarop hij niet gerekend had.
  • Ansar: de eerste moslims van Medina. Zij hebben de Profeet vzmh geholpen en asiel gegeven.

 

27. Abu Yahya Suhayb ibn Sinan (ra) levert deze woorden over van de Boodschapper van Allah vzmh:

De gelovige verkeert in een verbazingwekkende situatie! Alles wat hem overkomt, is goed en dat behoort enkel de gelovige toe. Inderdaad, als hem iets goeds overkomt, dan dankt hij Allah en dat is goed voor hem. En als hij het slachtoffer wordt van tegenspoed, dan is hij geduldig en dat is ook goed voor hem. [Muslim]

Commentaar:

  • Alles wat het leven van de moslim treft – zowel vreugde als tegenspoed – is goed en hij zal daarvoor ook beloond worden bij Allah de Verhevene.
  • De ware gelovige is de persoon die Zijn Heer dankbaar is op momenten van vreugde en geduldig is bij moeilijkheden. Als iemand een wankel geloof heeft en als tegenspoed hem treft, dan wordt hij bang en ergert hij zich en zijn woede wordt voor hem dan als een zonde aangerekend. En als een gunst hem overkomt, is hij daarvoor niet dankbaar. Deze gunst keert zich dan tegen hem en wordt een argument tegen hem.

28. Anas (ra) levert over:

De Profeet vzmh had het erg zwaar op het moment van zijn doodstrijd. Fatima vroeg hem: “Vader, welk lijden onderga je?” De Profeet vzmh antwoordde: “Je vader zal geen lijden meer ondergaan na vandaag.” Toen de Profeet vzmh stierf, zei ze: “O mijn vader, jij die de oproep van je Heer hebt beantwoord! O mijn vader. de tuin van het Paradijs is nu jouw verblijfplaats! O mijn vader, we kondigen Jibril jouw dood aan!” Toen hij begraven werd zei ze: “Doet het jullie misschien plezier om aarde te gooien op de Boodschapper van Allah vzmh?” [Bukhari]

Commentaar:

  • Het is normaal dat je bedroefd bent als je een stervende ziet en dat je de overledene vermeldt met zijn goede eigenschappen. Het is ook normaal om bedroefd te zijn als een dierbare persoon overlijdt, zonder echt te jammeren of kwaad te zijn. (de uitspraak van Fatima “Doet het jullie een plezier om aarde te gooien op de Boodschapper van Allah vzmh?” drukt verdriet uit en geen betwisting van de dood.
  • De doodstrijd treft elke mens, zelfs de Profeet Mohammed vzmh, bij wie we geduld tegenover de doodstrijd vaststellen.

 

29. Usama ibn Zayd, de slaaf van de Profeet vzmh die bij zijn vader was, één van de geliefde Metgezellen van de Profeet vzmh, heeft gezegd:

De dochter van de Profeet vzmh stuurde iemand om haar vader aan te kondigen dat zijn kleinzoon op sterven lag en om hem te vragen om te komen. De Boodschapper van Allah vzmh begroette hem en antwoordde: “Alles behoort toe aan Allah, zowel wat Hij neemt als wat Hij geeft en Hij heeft voor elke zaak een welbepaalde termijn vastgesteld. Wees dus geduldig ind e hoop dat Allah je beloont.” Ze vroeg hem echter met klem om toch te komen. Hij kwam dus bij haar, vergezeld van Sa’d ibn Ubada (ra), Mu’ad ibn Jabal (ra), Ubayy ibn Ka’b (ra), Zayd ibn Thabit (ra) en enkele anderen. Het kind werd naar hem gebracht en hij hield het stevig tegen zijn borst aan terwijl het zijn laatste stuiptrekkingen had. Toen begon de Profeet vzmh te huilen. Sa’d vroeg hem: “Waarom die tranen?” De Profeet vzmh antwoordde: “Ze zijn afkomstig van de barmhartigheid die Allah in het hart van Zijn dienaren geplaatst heeft.”

In een andere versie: “Allah plaatst Zijn Barmhartigheid in het hart van de dienaren die Hij wilde. En Allah is enkel Barmhartig met Zijn dienaren die getuigen van barmhartigheid.” [Bukhari en Muslim]

Commentaar:

  • Het is toegestaan om vrome mensen te laten komen bij de stervende, om smeekbeden te verrichten voor hem.
  • We worden aangespoord om medelijden te hebben met de gelovigen en het is toegestaan om te huilen, zonder daarbij echter op overdreven wijze te jammeren.
  • Er word gewezen op de regels die moeten worden gerespecteerd bij het betuigen van de deelneming en op de woorden die worden uitgesproken tegen de familie van de overledene.
  • De Profeet vzmh voelde medelijden en liefde voor zijn familie.

 

30. Volgens Suhayb (ra) heeft de Profeetﷺ gezegd:

Er was een koning die een tovenaar in dienst had. Toen deze laatste de dood voelde naderen, zei hij hem: “Ik ben oud geworden. Stuur mij een jongeman opdat ik de tovenarij kan onderwijzen.” De koning stuurde hem een een jongeman. De weg die de jongeman nam, liep voorbij een monnik. Hij bleef bij hem staan, luisterde naar zijn woorden en werd verleid door hetgeen hij zei. En zo kwam het dat hij, telkens als hij langs de monnik passeerde om naar de tovenaar te gaan, halt hield bij de monnik. Daarvoor werd hij geslagen door de tovenaar. Hij klaagde hierover bij de monnik die hem de volgende raad gaf: “Als je bang bent voor de tovenaar, zeg hem dan dat het je familie is die jou weerhield en als je bang bent voor je familie, zeg dan dat het de tovenaar is die jou weerhield.” Op dat moment kwam er een enorm beest dat de weg versperde voor de mensen. Hij zei bij zichzelf: “Vandaag zal ik weten wie van beiden de beste is: de tovenaar of de monnik.” Hij nam een steen en zei: “Heer! Als het werk van de monnik beter is dan het werk van de tovenaar, laat dan dit beest sterven zodat de mensen terug door kunnen.”  Hij doodde het dier met één steenworp en de mensen konden terug door.

Hij ging naar de monnik om hem te vertellen wat er gebeurd was en die zei hem: “Kleine zoon, je bent vandaag beter geworden dan ikzelf, nu weet ik welke graad je bereikt hebt. Je zal binnenkort beproefd worden. Zeg echter tegen niemand waar ik ben.” De jongeman slaagde erin om de blindgeborene en de lepralijder en alle soorten ziekten te genezen. Eén van de hovelingen van de koning was blind en werd op de hoogte gebracht van dit feit. Hij kwam hem opzoeken en had veel geschenken meegebracht. Hij zei hem: “Alles wat je hier ziet is van jou, als je erin slaagt mij te genezen.” De jongeman antwoordde: “Ik genees niemand zelf, het is enkel Allah de Allerhoogste die geneest. Als je in Hem gelooft, dan zal ik smeekbeden voor jou verrichten en Hij zal je genezen.” De man werd gelovig en Allah genas hem.

Toen hij naar de koning ging om hem gezelschap te houden zoals hij gewoonlijk was te doen, vroeg de koning hem: “Wie heeft jou terug laten zien?” “Mijn Heer” antwoordde hij. “Heb jij een andere Heer dan mij?” riep de koning uit. “Ja Allah”, Die mijn Heer is en de jouwe.” antwoordde de hoveling. De koning liet hem arresteren en hield niet op hem te folteren totdat hij gezegd waar die jongeman zich bevond. De jongeman moest komen de koning vroeg hem: “Mijn kleintje, ik heb vernomen dat jij met je tovenarij de blindgeborene en de lepralijder geneest en dit en dat kunt doen.” “Ik ben niet in staat om wie dan ook te genezen, maar het is enkel Allah die kan genezen.”

De koning overmeesterde hem en let hem folteren, totdat hij onthulde waar de monnik was. De monnik moest komen en er werd hem gevraagd om zijn geloof te loochenen, wat hij weigerde te doen. Er werd toen bevolen om een zaag te brengen, die bovenop zijn schedel werd geplaatst. Zijn hoofd werd in tweeën gesneden. Toen moest de hoveling komen en er werd hem gevraagd zijn geloof te loochenen, wat hij weigerde te doen. Hij onderging hetzelfde lot. Ten slotte moest de jongeman komen en er werd hem gevraagd zijn geloof te loochenen, wat hij weigerde te doen. De koning liet hem over aan zijn mannen en zei hen: “Neem hem mee op de berg. Als je op de top bent aangekomen, vraag hem dan opnieuw om zijn geloof te loochenen en als hij weigert, gooi hem dan in de afgrond.” Toen ze de top van de berg bereikt hadden, richtte de jongeman zich tot Allah met de volgende woorden: “Heer! Bevrijd me van hen zoals het U goeddunkt!” De berg begon toen te trillen en liet de mannen van de koning in de afgrond vallen.

De jongeman keerde veilig en wel terug naar de koning. Deze laatste was verbaasd: “Wat is er gebeurd met de mannen die jou vergezelden?” “Allah heeft me van hen bevrijd.”, antwoordde de jongeman. De koning liet hem opnieuw over aan zijn mannen en zei hen: “Neem hem mee in een boot. Als jullie op volle zee zijn, vraag hem dan zijn geloof te loochenen. Als hij weigert, gooi hem dan overboord.” Toen ze op volle zee waren, verrichtte de jongeman opnieuw zijn smeekbede: “Heer! Bevrijd me van hen zoals het u goeddunkt.!” De boot sloeg om en de mannen verdronken. De jongeman kwam terug bij de koning die verbaasd was: “Wat is er gebeurd met de mannen die jou vergezelden?” De jongeman antwoordde: “Allah heeft van hen bevrijd. Je zal mij enkel kunnen doden als je mijn voorschriften volgt” De koning vroeg: “Welke zijn dat?” “Verzamel je volk op één plaats en maak mij vast aan de stam van een palmboom. Neem dan een pijl uit mijn koker, plaats deze in het midden van de koord van de boog en zeg op het moment dat je op mij richt: “In de Naam van Allah, de Heer van deze man.” Zo zal je mij kunnen doden.”

De koning verzamelde zijn volk op één zelfde plaats, maakt de jongeman vast aan de stam van een palmboom, nam een pijl uit zijn koker, plaatste deze op de koord van zijn boog en richtte op hem en zei: In de naam van Allah, de Heer van deze jongeman.” De pijl vertrok en kwam terecht in de slaap van de jongeman, die zijn hand naar zijn slaap bracht en stierf. De menigte die aanwezig was, riep uit: “Wij geloven in Allah, de Heer van deze jongeman.” Er werd tegen de koning gezegd: “Besef je het nu?” Wat je vreesde, is werkelijkheid geworden. Nu gelooft jouw volk in Allah.” De koning beval toen om grachten te graven langs de wegen en hij liet er grote vuren aansteken en zei: “Zij die hun geloof niet loochenen, gooi hen erin.” Zijn bevelen werden uitgevoerd. Toen kwam een vrouw, met in haar arm een klein kind en ze weigerde vooruit te lopen op het moment dat ze in het vuur moest worden geworpen. Het kind begon te spreken en zei: “Moeder, wees geduldig, want je bevindt je op de weg van de Waarheid. [Muslim]

Commentaar:

  • Er wordt bewezen dat vrome mensen wonderen kunnen verrichten.
  • De gelovige wordt beproefd in zijn geloof en klampt zich eraan vast, zelfs als dit zijn leven in gevaar brengt.
  • Er wordt gewezen op de opoffering ten dienste van Allah en we worden aangespoord rechtvaardig te zijn. Allah laat vroeg of laat de rechtvaardige mensen triomferen en hij doet de tirannen ten onder gaan.
  • Dit verhaal getuigt van het miraculeuze karakter van de Koran, die verhalen bevat van volkeren die ons voorafgegaan zijn en die de geschiedenis vergeten is, zoals de mensen van  al-Ukhdud (letterlijk: gracht) waarin Allah zegt: (verdoemd zijn de gravers van al-Ukhdud). (Koran 85/4).

 

Contact ons

Wil je ons een vraag stellen of iets melden? Stuur ons gerust een email via het contactformulier. Bel je liever? Bel dan naar 071-5210022