Word Lid!
Logo_Icim_Leiden
Navigatie

79. An-Nâzi‘ât [De Uitrukkenden]

Deel met je vrienden! Facebook Twitter google

Islamitisch Centrum Imam Malik | 15 november 2014

Soerah An-Nâzi‘ât [De Uitrukkenden] – geopenbaard in Mekka
Hoofdstuk 79 : 46 verzen

بِسْــــــــــــــــــمِ اﷲِالرَّحْمَنِ اارَّحِيم

In de naam van Allah, de meest Barmhartige, de meest Genadevolle.

01. Bij de hard uitrukkenden [de zielen van de ongelovigen; Allah zweert in de eerste vijf verzen bij de Engelen].

02. Bij de zacht uittrekkenden [de zielen van de gelovigen].

03. Bij de snel uitvoerenden.

04. De snel voorbijstrevenden.

05. De uitvoerenden van een bevel.

06. Op de Dag waarop de bevende doet beven [wanneer de Engel op de Dag der Opstanding op een bazuin blaast, vindt er een beving plaats en zal de schepping vergaan].

07. Zal deze gevolgd worden door de [tweede] beving.

08. De harten zullen op die Dag bonzen.

09. Hun ogen zullen angstig terneergeslagen zijn.

10. Zij [ongelovigen] zeggen: “Zullen wij zeker worden teruggebracht in de vorige staat?

11. Als wij vergruisde beenderen zijn geworden?”

12. Zij zeggen: “Dat is dan een verliesgevende terugkeer.”

13. En voorwaar, het zal slechts één enkele [bazuin]stoot zijn.

14. En dan staan zij op het aardoppervlak.

15. Heeft het verhaal van Môesa jou bereikt?

16. Toen zijn Heer hem riep in de heilige vallei van Thoewa.

17. [Allah zei:] “Ga naar Fir’aun: voorwaar, hij was in overtreding.”

18. En zeg tot hem: “Heb jij de wil om jezelf te reinigen [van zonde]?

19. En dat ik jou tot jouw Heer zal leiden, zodat jij [Hem] vreest?”

20. En hij toonde hem de grote tekenen [wonderen].

21. Maar hij loochende en was ongehoorzaam.

22. Vervolgens draaide hij zich om en vluchtte.

23. Toen verzamelde hij [zijn tovenaars] en riep uit.

24. En zei: “Ik ben jullie heer, de hoogste.”

25. En Allah greep hem met de bestraffing voor het eerste en het laatste [van wat hij zei].”

26. Voorwaar, daarin is zeker onderricht voor wie [Allah] vreest.

27. Is de schepping van jullie moeilijker dan die van de hemel die Hij gebouwd heeft?

28. Hij verhief haar [de hemel] en vervolmaakte haar.

29. En Hij maakte haar nacht duister en Hij maakte haar dag licht.

30. En daarna spreidde Hij de aarde uit.

31. En Hij bracht uit haar water en planten tevoorschijn.

32. En Hij verstevigde de bergen.

33. Als een voorziening voor jullie en voor jullie vee.

34. Wanneer dan de overweldigende gebeurtenis [ramp] plaatsvindt.

35. Op die Dag zal de mens zich herinneren wat hij bedreef.

36. En de Hel zal getoond worden aan wie ziet.

37. Wat betreft degene die in overtreding was.

38. En de voorkeur gaf aan het wereldse leven [boven het Hiernamaals].

39. Voorwaar, de Hel is de verblijfplaats!

40. En wat betreft degene die de macht van zijn Heer vreesde en zijn ziel weerhield van slechte begeerten.

41. Voorwaar het Paradijs is de verblijfplaats.

42. Zij vragen jou [Mohammed] naar het Uur: “Wanneer zal het plaatsvinden?”

43. Hoe kan jij dat noemen?

44. Bij jouw Heer is de kennis daarover.

45. Voorwaar, jij bent slechts een vermaner voor wie het [Uur] vreest.

46. Op de Dag dat zij het [Uur] zien, zal het zijn alsof zij slechts een avond of de morgen op de aarde verbleven.

Contact ons

Wil je ons een vraag stellen of iets melden? Stuur ons gerust een email via het contactformulier. Bel je liever? Bel dan naar 071-5210022